Noot van de redactie   —  

Mysterium, tremendum & fascinans



Het numineuze 


Twee maanden voordat de De kleine Johannes gepubliceerd werd, schreef Frederik van Eeden in zijn dagboek (iets ingekort):

‘Vlakbij zag ik zijn blik in de mijne en zijn bleke gelaat opgeheven in het matte schemerlicht. Zijn gelaat was het mijne, als in een spiegel. Ik ging door en het was alsof een kille schaduw op mij viel – als een ijle mist ging de gestalte door mij heen en het duizelde mij. Ik zag als in een afgrond, in de ruimte van duizend eeuwen. Toen liep ik weer alleen onder de stille wolken, naast de schuimende zee en ik wist wie achter mij verder ging. Ver bleef de nevel vóór mij en mijn weg wisselde niet; – maar de gestalte verdween in de nevel, – voor altijd. –’

Van Eeden noemt het: ‘Geen mystieke aantrekking maar directe opstuwing’.


Is hier, net zoals de ervaring die Jan Ligthart beschrijft in Bewoner van twee werelden, sprake van een numineuze ervaring?

Hoe dan ook, ze zouden niet hebben misstaan in de collectie werkelijkheidsbelevingen die Tjeu van den Berk citeert in Het numineuze uit 2005. ‘Het zijn ervaringen die de droomwereld van het kind raken, alsmede de verbeeldingswereld van de volwassene, ervaringen die de grens tussen de zichtbare wereld en het alomvattende waar wij deel van uitmaken voor een moment uitwissen’ (Biblion). 


Het is dit ervaringsgerichte dat De kleine Johannes laat passen in een fonds waarin  ook William James en Rudolf Otto vertegenwoordigd zijn. 

Al het werkelijke moet ergens ervaarbaar zijn, en alles wat ervaren wordt moet ergens werkelijk zijn schreef James in Essays in radical empiricism.

En Otto opent Het heilige met hetzelfde woord van Faust waarmee Jan Ligthart zijn bewonderende studie afsluit: Gevoel is alles, een naam op zichzelf betekent niets. ¶ 


Rudolf Otto zegt het zo:

Het gevoel van dit mysterie kan met milde stroom het innerlijk vervullen in de vorm van de verheven stille stemming van verzonken aandacht. Het kan overgaan in een rustig vloeiende gestemdheid van de ziel die lang aanhoudt en natrilt, tot zij uiteindelijk wegsterft en de ziel weer in het alledaagse achterlaat. Het kan ook plotseling uit de ziel naar voren breken. Het heeft zijn ruwe eerste uitingen en laagste vormen. En het ontwikkelt zich tot een teer, gelouterd en opgetogen gevoel. Het kan worden tot het stille en deemoedige huiveren en verstommen van het schepsel voor het – ja waarvoor? Voor wat in onuitsprekelijke geheimenis boven alle schepselen is. Zo zeggen wij het, om toch iets te zeggen. Het is duidelijk dat wij daarmee eigenlijk niets zeggen. Mysterium is de naam voor het verborgene, het onbekende, niet begrepene en verstane, niet alledaagse, niet vertrouwde, zonder dat dit nader kan worden bepaald. Toch is er iets mee bedoeld dat positief is. Dit positieve wordt louter in gevoelens beleefd: 

‘Gefühl ist alles, Name, Schall und Rauch’

                                                             (c.j.b./d.m.)


 


Zoeken in de volledige tekst van onze boeken
 
Make a Free Website with Yola.