Geschreven door:

Dennis Licht 

Datum ingestuurd:

24 februari 2009

Niveau:

6 vwo

Taal:

Nederlands

Woorden:

1365















1. Hoe zit het boek in elkaar?
Het boek is geschreven door Frederik van Eeden. Ik heb de herdruk naar de 14e druk uit 1932 gelezen. De oorspronkelijke uitgave was in 1887 uitgegeven. De titel van het boek is De kleine Johannes. Het verhaal draait om de hoofdpersoon Johannes. Johannes, wier personage gebaseerd is op van Eeden zelf, is een allesweter, die op zoek is naar een wereld die beter is dan die van de mens. Dit kan een verwijzing naar het evangelie van Johannes zijn, omdat ook het evangelie van Johannes zoekt naar een betere wereld. Het woord ‘kleine’ in de titel geeft aan dat Johannes (in het verhaal) klein is en dat hij leeft op het niveau van de personages die zich als de natuur voor doen. Het motto van het boek is er niet, maar er staat wel ‘Aan mijn vrouw’. Hieruit blijkt dat Van Eeden over zichzelf aan zijn vrouw vertelt.

Het verhaal is een sprookjesachtige roman, waarin de ontwikkeling van een kind tot volwassene wordt uitgebeeld. Daarnaast is het een allegorie, omdat de personages verschillende onderwerpen uit het menselijk bestaan symboliseren. Van Eeden geeft weer hoe de fantasie van Johannes omgaat met deze elementen uit het leven. Hij heeft er voor gezorgd dat je je eigen ontwikkeling in het verhaal kunt herkennen.

Het boek heeft 154 bladzijden. Het is opgedeeld in 14 delen, episoden of hoofdstukken, die Romeins genummerd zijn maar verder geen naam hebben. Er is één verhaallijn, die bestaat uit 4 fases en allen worden gesymboliseerd door een (allegorisch) sprookjesfiguur. De fase van de ongerepte, kinderlijke staat (Windekind), de puberteit, waarin de zinnelijkheid wordt ontwikkeld (Robinetta), de overgang naar de adolescentie, waarin de ratio het gevoel de baas is (Cijfer en Pluizer), en de terugkeer naar het menselijke leven (De Ongenoemde). De opbouw is geleidelijk: het leven van Johannes wordt in fases verteld. Verder zijn veel dialogen en zijn er weinig beschrijvingen van de personen zelf. Wel wordt de omgeving uitgebreid weergegeven. Er zitten geen flashbacks in en het einde is gesloten.

De proloog is er niet. Het verhaal begint met een beschrijving van Johannes als klein kind. Het verhaal wordt daarna opgebouwd totdat Johannes volwassen is geworden. In het nawoord beschrijft Jan Fontijn dat het verhaal uit de eerder genoemde 4 fases bestaat. Hij vertelt “dat De kleine Johannes een symbolische zoektocht is naar de waarheid en de psychologische evolutie van kind naar volwassene.” 

De afgespeelde tijd van het verhaal is in de 19e eeuw, de tijd van de neoromantiek. De neoromantiek, die een reactie op het naturalisme is, geeft het fantasievolle, wonderlijke en idyllische van het verhaal weer. Ook het noodlot speelt een grote rol. Het taalgebruik is eenvoudig, waardoor het verhaal gemakkelijk is te volgen. De vertelde tijd is 2 jaar. In dit tijdsbestek wordt het leven van Johannes van zijn 6e levensjaar tot en met zijn. In het verhaal leeft Johannes in de natuur, waar hij er achterkomt dat je niet naar het mooiere, betere leven moet verlangen. Je moet tevreden zijn met wat je nu hebt. In het verhaal zie je verder een duidelijke tegenstelling tussen de natuur en de stad. Hij woont in het bos, aan de rand van de natuur. Hier is alles rustig, mooi en schoon in tegenstelling tot de stad, waar de vervuilde wereld (met armoede, ziekte en de onvrede) van de mens is. Aan het einde van het verhaal kiest Johannes ervoor terug naar de mensenwereld te gaan, waar de zin van het leven ligt. 

De gebeurtenissen vinden chronologisch plaats. Ze worden door een auctoriale (alleswetende) verteller. Hij beschrijft in de verleden tijd nauwkeurig de gevoelens van Johannes en beschrijft andere personen door de ogen van Johannes.

3. Personages
Johannes (hoofdpersoon):
 
Johannes is een fantasierijk kind, dat een grote liefde voor de natuur heeft. Hij stelt enorm veel vragen om er achter te komen wat de zin van het leven is. De andere personages, die allen symbool staan voor een element uit het leven, hebben een belangrijke invloed op Johannes. Hij krijgt zijn ontwikkeling van kind tot volwassene door de andere personages steeds meer te weten over het menselijk bestaan, zoals het besef van de dood, de seksualiteit, het verantwoordelijkheidsgevoel en het geweten.
Windekind
Hij staat symbool voor de kindertijd. Windekind is een elf, die Johannes alles van de natuur leert en hem de planten- en dierentaal leert. Hierdoor vervreemdt hij hem van de mensen. Windekind vindt de mensheid dom, heerszuchtig en milieuvervuilend. Daarom probeert hij Johannes, die een uniek mens is in zijn ogen, ervan te overtuigen in de flora en fauna te gaan leven. 

Robinetta:
Robinetta komt hij in zijn tweede fase tegen. Ze vormt de puberteit, waarin de seksualiteit een rol gaat spelen. Ze is lang met Johannes samen, maar als hij begint over zijn zoektocht naar de waarheid en zijn ideeën over God komt er snel een einde aan hun band.

Wistik:
Wistik symboliseert het streven naar kennis. Hij probeert samen met Johannes antwoorden te zoeken op de vragen over leven, geluk en dood. Deze antwoorden staan in het ‘ware boekje’. Ze weten het boekje echter nooit te vinden en komen dus ook niet achter de levensvragen. Wistik krijgt het ook voor elkaar Windekind bij Johannes weg te houden (in de 3e levensfase van het verhaal).

Pluizer:
Pluizer personifieert de studententijd, waarin alles objectief onderzocht wordt. Hij zoekt controle over Johannes en leert hem de zin van het leven en de dood. Het leven is zinloos, omdat het naar de dood voert. Men hoeft ook geen andere betekenissen aan het leven te geven dan het ‘zijn’ zelf. Wanneer de vader van Johannes overlijdt, komt hij erachter dat er een evenwicht moet worden gezocht tussen het emotionele en het rationele. Gevoelens en emoties kunnen niet uitgevlakt worden. Met de hulp van De Ongenoemde kiest Johannes voor het mens-zijn.

4. Thema
Het thema van dit boek is het op een symbolische wijze weergeven van een kind dat opgroeit tot volwassene. Van Eeden, die zichzelf in Johannes ziet, laat zien hoe hij is opgegroeid tot volwassene en welke fundamentele vragen hij zich zelf daartoe heeft moeten stellen om te kunnen zijn wie hij wilt zijn. Deze vragen stelt Johannes zich in het verhaal en de antwoorden op al deze vragen leiden hem tot het begrijpen van de essentie van het leven en de dood. Van Eeden schetst zijn opvoeding weer in vier fases in een allegorisch verhaal. Elk figuur in het verhaal symboliseert een abstract begrip met betrekking tot de opvoeding. Het verhaal verkondigt een boodschap met als doel een betere mensenwereld, gebaseerd op de principes van het christendom en socialisme. Van Eeden maakt gebruik van deze aspecten, omdat hij die belangrijk acht in het dagelijks leven.

5. Literatuurgeschiedenis
De uitgave van dit boek stamt uit het jaar 1887. Dit was twee jaar nadat het Voorwoord van De Kleine Johannes in De Nieuwe Gids werd uitgegeven. Dit tijdschrift hoorde bij de beweging van Tachtig, waartoe ook Frederik van Eeden behoorde. De Tachtigers waren ongelovig en deden volop mee aan de ontkerkelijking. Ze zetten zich af tegen de ouderwetse en moraliserende literatuur van hun voorgangers. Vorm en inhoud dienden één te zijn en er werd geschreven in ouderwetse boekentaal. Daarnaast diende kunst puur kunst te zijn (l’art pour l’art): niet moraliserend en individualistisch. 
In het begin behoorde Frederik van Eeden ook tot de Tachtigers. Hij publiceerde er zijn Voorwoord in, maar deze veranderde hij. In 1887 bracht hij de kleine Johannes uit. Hij zette zich hiermee af van de Tachtigers met de opvatting dat de kunst niet vanuit het individu moet uitgaan maar moet streven naar het universele. Ook wijkt hij met dit boek af van het: l’art pour l’art-principe, omdat er wel een moraal inzit; de mens moet keuzes maken.


(advertentie)

 
Make a Free Website with Yola.