De kleine Johannes van Frederik van Eeden wordt al generaties lang gelezen. Iedere literatuurliefhebber is bekend met Pluizer, het elfje Windekind, de grijze kabouter Wistik en de kleine Johannes zelf. Maar de meesten lazen enkel het sprookjesachtige eerste deel en zijn zelfs niet op de hoogte van het avontuurlijke leven van 'de grote Johannes', dat Van Eeden beschreef in de delen twee en drie.


Het volledige Kleine Johannes-verhaal schetst de groei van Johannes tot op het ogenblik dat hij inderdaad verzoend is met de mensen.


Het eerste deel begint, onder de leiding van Windekind, met het proces van de vervreemding: de natuur is het paradijs, maar de mensen hebben haar ontwijd en doen dat nog altijd; ook hebben ze de verheven evangelische waarden omgebogen naar hun egoïstische kleinheid. Voor de kleine Johannes blijft dan alleen nog over de vlucht uit de mensenmaatschappij. Onder de leiding van Pluizer wordt de afkeer van de ruwe, domme en lelijke mensheid niet geringer, maar door zijn harde loochening van alle geestelijke waarden overschat Pluizer zijn macht over Johannes, die terugkeren zal naar de mensen, de wijsheid van de Dood indachtig: het is een schoon ding, een goed mens te zijn. Onder het geleide van de Ongenoemde kiest Johannes dan ook de weg naar de mensheid. Maar uit de ontmoeting met de Ongenoemde, die niet Jezus genoemd wil worden, blijkt ook dat de gevestigde godsdiensten de oplossing van de menselijke en maatschappelijke problemen niet kunnen brengen.


Het tweede deel verhaalt een eerste fase in Johannes' verzoening met de mensen. Het blijkt een zware tocht te zijn, zelfs onder de verheven inspiratie van Markus Vis. Het inzicht dat het rijk van Pan met zijn ideale mensen, levend in harmonie met de natuur, voorgoed voorbij is, heeft twee consequenties: vooreerst dat dergelijke harmonie inderdaad mogelijk is, dat natuur en cultuur samen kunnen gaan, en ten tweede dat datgene wat eens geweest is, ooit kan weerkeren. Intussen is Johannes evenwel niet zo heel ver gevorderd op de weg van de verzoening met de mensen: nog vindt hij hen meest allen, zelfs de lieve Marjon, grof en ruw, helemaal niet in harmonie met de echte, heerlijke natuur, die ze trouwens ook bedorven hebben. Bovendien blijft de veroordeling van het verworden christendon, al heeft Markus er reeds op gewezen dat in het authentieke christendom én in de maatschappelijke verwezenlijking van de gelijkheid van de mensen samen de nieuwe, echte religie gelegen is. Maar in het tweede deel gaat ook de bedreiging van een nieuwe afdwaling schuil.



Die laatste ervaring komt in het derde deel: Johannes laat zich misleiden door de mooie schijn-cultuur van gravin Dolores en haar omgeving. Al voelt Johannes dat het helemaal misloopt, toch blijft hij, tot hij in een droomvisioen de duivel Waan als de echte dood heeft leren kennen. Daarvoor had hij de angst moeten overwinnen, maar hij leerde hoe moed de vrees verdreef. In de hel van Koning Waan ziet Johannes dat Pan gelijk had: deze duivel lijkt meer op de mensen dan op de heidense Pan, en alleen de zelfkennis, gesymboliseerd in het van Wistik ontvangen spiegeltje, en de oprechte liefde - Marjons bloem - behoeden hem voor de echte dood door de waan van zonde en schuld, de boeman van het verworden christendom. Dan is Johannes eindelijk zover, dat hij bij Markus zou kunnen blijven. Na het visioen van het feest der mensheid, over duizend jaar, waar een Windekind, verzoend met de mensen, hem leidt, kan Johannes mét Marjon in dankbare herinnering aan Markus Vis meewerken aan het heil van de mensen, waartoe elke eeuw, ook die 'tussen de gouden eeuwen', het hare moet bijdragen: eens zal er weer harmonie zijn tussen natuur en mens, als alle mensen broeders zijn, en dan zal die mens weer het schoonste en het hoogste zijn van de heerlijke natuur, zoals alles uit de handen van de Vader was gekomen. Eindelijk is het slot van het eerste deel werkelijkheid geworden: samen met Marjon zal Johannes, werkelijk verzoend met de mensen, leven in dienst van de mensheid en haar weedom.


Samenvatting: 
Symbolisch sprookje over de ontwikkeling van een kleine jongen.

Recensie: 
Komplete uitgave van de in sprookjesvorm verhulde autobiografie, waarvan deel I Van Eeden's meest gelezen werk is geworden. Het is een verhaal vol symboliek over de ontwikkeling van een kinderziel. De minder bekende delen II en III zijn ironisch van toon en niet helemaal vrij van effektbejag, maar ze zijn in zowel literair als sociaal opzicht karakteristiek voor de auteur.

Deel 1 eerst verschenen in de Nieuwe Gids 1 (1886), (eerste uitgave in boekvorm 1887). Dl. 2 en 3 eerst verschenen in Beweging 1-2 (1905-1906), (eerste uitgave in boekvorm resp. 1905 en 1906)


MANTEAU ANTWERPEN, 5e druk 1983



Adverteren bij Daisycon

 

 
Make a Free Website with Yola.